De raad van bestuur van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) ziet zich genoodzaakt om de reglementen voor auteurslezingen en productiesubsidies voor uitgevers licht aan te passen. Dat is het gevolg van een budget dat door het groeiende aantal subsidieaanvragen steeds krapper wordt. Daarbij werd ernaar gestreefd zo weinig mogelijk in te grijpen op de kerntaken en engagementen van het VFL.

De opdracht en de verwachtingen ten opzichte van het VFL zijn de afgelopen jaren systematisch toegenomen. Dat leidt tot een groeiend spanningsveld tussen realistische mogelijkheden tot ondersteuning en de financiële middelen die het VFL daarvoor op dit moment ter beschikking heeft.

Het VFL slaagt er nog steeds in om zijn overheadkosten te beperken tot 20% van de algemene inkomsten. Daarvan nemen de loonkosten slechts 14,8% in, wat ook in vergelijking met de private sector een sterke prestatie is. Zo bewaakt het VFL dat het 80% van de middelen rechtstreeks aan zijn doelstellingen spendeert.

Desondanks wordt het steeds moeilijker om – in het kader van een zeer breed takenpakket – een begroting in evenwicht te behalen. Zoals de zaken er nu voor staan is het realistisch om te verwachten dat het VFL het lopende werkingsjaar zal afsluiten met een verlies van -€ 140.000 (of 2% van de overheidsdotatie). Maar zelfs om dat resultaat te bereiken ziet de raad van bestuur zich genoodzaakt om enkele kleinere aanpassingen door te voeren. In de praktijk worden de regelingen voor auteurslezingen en productiesubsidies voor uitgevers licht aangepast.

Auteurslezingen

Het aantal gesubsidieerde lezingen blijft elk jaar stijgen. Dat betekent dat deze regeling steeds zwaarder doorweegt op het totale budget van het VFL, waardoor de organisatie zich genoodzaakt zag om maatregelen te nemen. Deze gelden voor lezingen vanaf 1 juli 2019 en dus voor aanvragen vanaf 1 juni 2019 (aangezien een lezing altijd minstens één maand vooraf moet aangevraagd worden). Vanaf dan zullen kunstenorganisaties, die al op structurele basis steun ontvangen binnen het Kunsten- of Cultureel-erfgoeddecreet, niet langer een subsidie voor een lezing kunnen aanvragen. Ook zullen de lezingen die Nederlandse auteurs in België geven niet langer ondersteund worden. Uiteraard is het wegvallen van deze uitwisseling met Nederland bijzonder jammer. Het ondersteunen van de lezingen van Vlaamse auteurs in België blijft echter het eerste uitgangspunt van de subsidieregeling voor auteurslezingen. Op deze manier kan de regeling voor Vlaamse auteurs behouden blijven zoals ze nu is. Deze wijziging heeft geen invloed op lezingen van Nederlandse auteurs in België en lezingen georganiseerd door kunstenorganisaties die eerder al aangevraagd en goedgekeurd waren. 

Het VFL betreurt het in het midden van het werkingsjaar te moeten ingrijpen in deze subsidieregeling en hoopt met de volgende Vlaamse Regering en de nieuwe minister van Cultuur snel aan tafel te kunnen zitten. Het VFL zal pleiten voor een duurzame oplossing, waarbij de financiering van zijn organisatie op een realistische wijze rekening houdt met ambities en verwachtingen van zowel de Vlaamse overheid als van het letteren- en boekenveld.